Make your own free website on Tripod.com

ALGEMEEN

Het gemiddelde aantal inwoners per km 2 voor Indonesië is 95.

Van de 300 vulkanen in de archipel zijn er 128 aktief, en bijna iedere vulkaansoort tref je hier aan. Naast de perfect kegelvormige vulkanen, zijn er ook vulkanen met meerdere kraters zoals de Tangkuban Prahu bij Bandung op Java, en vulkanen met een hele reeks secundaire kegels zoals de beruchte Tambora op Sumbawa, de Lamongan op Oost-Java en de Bonthain op Sulawesi.

De 5 hoogste vulkanen in Indonesië:

5030 m: Pk Jaya op Irian Jaya

4922 m: Gunung Daam op Irian Jaya

3800 m: Gunung Kerinci op Sumatra

3726 m: Gunung Rinjani op Lombok

3676 m: Gunung Semeru (=Gunung Mahameru) op Java

NUSA TENGGARA - DE KLEINE SOENDA-EILANDEN

De Kleine Soenda-eilanden (Lombok, Sumbawa, Komodo, Rinca, Flores, Timor) behoren tot de armste en meest onvruchtbare gebieden van Indonesië. De meeste van de ongeveer tien miljoen inwoners van Nusa Tenggara zijn zelfstandige boeren of vissers.

Hoe verder je vanaf Bali naar het oosten reist, hoe droger het landschap wordt, alhoewel Flores op zich groener is als Sumbawa. Sumbawa is veel droger dan de andere eilanden.

LOMBOK (4500 km²) (2,4 miljoen inwoners) (Godsdienst: Moslim)

Mataram is de hoofdstad.

Het klimaat is droger, het landschap is woester en het eiland is minder dicht bevolkt dan Bali.

Het landschap wordt gedomineerd door een noordelijke, hoog oprijzende vulkanische bergketen. Midden in deze keten ligt de Gunung Rinjani.

De steden in Lombok niet bezoeken. Niets speciaals te zien of te doen.

Zeven kilometer ten zuiden van Mataram liggen glinsterende witte schrijnen als ver-

kalkte stalagmieten op de rotsen van de vulkaan Gunung Pengsong. Deze tempels zijn te bereiken via een hoge trap die vanaf de weg tussen oude vijgenbomen omhoog loopt. Vanaf de top is het uitzicht in alle richtingen adembenemend. Apen, de bewakers van de tempel, leven op de lager gelegen hellingen en vallen bezoekers geregeld lastig.

Gunung Rinjani: (3726 m) Eén van de hoogtepunten. Het is een actieve vulkaan die het laatst uitbarstte in 1995.In de caldera ligt het sikkelvormige kratermeer Segara Anakan rond de Gunung Barujari (2380 m), met een paar warme bronnen waarin kan worden gezwommen.

Beklimming van de Rinjani:

Gunung Rinjani is de vierde hoogste berg van Indonesië. Het centrale hoogland van Lombok rond deze vulkaan is dunbevolkt, omdat het klimaat erg wisselvallig en onvoorspelbaar is en het terrein moeilijk begaanbaar. Tot een hoogte van ongeveer 2000 m zijn de berghellingen bedekt met dicht oerwoud en bossen. Boven deze hoogte groeien alleen nog wat dennen en laag struikgewas.

In de enorme krater ligt het grote meer Segara Anak (`Kind van de Zee'). De steile afdaling van de rand van de krater naar dit meer is gevaarlijk en kan slechts vanaf één plek aan de noordkant worden ondernomen. Stalen zenuwen vereist.

Er zijn twee routes naar de rand van de krater: 1) Vanaf Sapit maakt u een trektocht van ongeveer vijf uur over een veelgebruikt pad naar de dorpen Sembulan Bumbung en Sembulan Lawang.

Klim de volgende dag naar een basiskamp net onder de kraterrand en breng daar de nacht door. Het laatste deel van de beklimming (ongeveer een uur) kunt u dan in de vroege ochtenduren doen, als het nog helder is zodat u precies met zonsopgang boven bent en kunt genieten van een onvergetelijke ‘openbaring’. Van hieruit kun je dan in de krater afdalen en de nacht op een aangename wijze doorbrengen bij het kratermeer (nadat u de vermoeide spieren hebt ontspannen in de nabijgelegen warmwaterbron). De terugreis naar Batu Kok vanaf het kratermeer vergt minstens twaalf uur. 2) Een kortere en minder zware route begint in het noordelijke dorp Bayan en gaat verder naar Batu Kok. Van Batu Kok maakt u een zes uur durende trektocht via het traditionele Sasak-dorp Senaro naar het basiskamp net onder de kraterrand. Overnacht hier en klim 's ochtends vroeg naar de top. De terugreis naar Batu Kok vanaf het kratermeer vergt minstens twaalf uur.

Vooraleer de klim de ondernemen, heeft u eerst een vergunning nodig van het hoofdbureau van politie in Mataram. U moet voldoende warme kleding en voor de zekerheid voor 4 dagen voedsel en water meenemen voor de tocht, die zeker twee dagen duurt.

SUMBAWA (15 600 km²; eiland is groter dan Bali en Lombok samen) (800 000 inw.)

De meesten van de inwoners zijn boeren of vissers. De mensen van Sumbawa zijn gelovige moslims. Wanneer u Sumbawa van oost naar west doorkruist over de enige geplaveide weg, wordt he monotone landschap van door de zon geblakerde heuvels alleen onderbroken door dc dramatische kustlijn.

De hele zuidkust is nagenoeg onbereikbaar; sommige bergen storten zich loodrecht in zee.

Het noorden is toegankelijker; hier wordt het overwegend vulkanische landschap afgewisseld door frisgroene valleien, schone snelle riviertjes en kleinschalige landbouw.

Naar het oosten toe verschijnt een savanne-achtig landschap, afgewisseld door cactussen, maar in de lagere gedeelten hebben rijstvelden en kleine plantages de overhand.

De natuur van Sumbawa is overweldigend, woest en ruig. Alleen al de vermoeiende tocht dwars over het eiland geeft talloze indrukken.

Bima is de grootste stad van Oost-Sumbawa en tevens de belangrijkste haven. Bima is een doorgangsplaats richting Flores.

Sumbawa Besar is de rommelige hoofdstad van het eiland.

De Gunung Tambora (2820 m) is de hoogste vulkaan van Sumbawa en neemt vrijwel het gehele schiereiland Sanggar in beslag. De vulkaan is te beklimmen, maar het is een meerdaagse, vermoeiende tocht.

Wanneer u in Sape moet wachten op de veerboot naar Flores/Komodo, kunt u in de tussentijd een minibus charteren voor de tocht van 25 kilometer naar het noorden van het eiland, waar een aantal kleine dorpen aan zee ligt. Op deze idyllische lokatie vindt u witte zandstranden, kristalhelder water en kokospalmen.

Reizen naar Sumbawa: met één van de veerboten die verschillende keren per dag varen (reistijd drie uur) van Labuhan Lombok (Lombok) naar Alas (westelijk Sumbawa). Vanuit Alas met minibus naar Sumbawa Besar (drie uur rijden) of helemaal naar Bima (negen uur rijden).

Er is een bus (ook een nachtbus) van Bima (Sumbawa) naar Mataram (Lombok) of van van Bima (sumbawa) naar Sumbawa Besar (Sumbawa) en dan naar Mataram (Lombok).

 

KOMODO (Het Drakeneiland)

De tocht van Sape (Sumbawa) naar Komodo duurt acht uur, en de tocht van Labuhanbajo (Flores) naar Komodo ongeveer drie uur.

Komodo heeft alleen aan de oostelijke kant een landingspunt en daarom is de tocht vanaf Labuhanbajo (ongeveer 50 km) veel korter dan vanaf Sape (120 km).

 

 

RINCA

Dit eiland is minder toeristisch dan het eiland Komodo om de komodovaranen te bezoeken.

Eigenlijk is sprake van een kleine archipel, waarin Komodo, Rinca en Padar de hoofdeilanden vormen. Sinds 1980 heeft de hele archipel de status van nationaal park. Het grootste deel bestaat uit droog, onvruchtbaar heuvelachtig gebied met een paar van de hitte zinderende heuvels

FLORES (14 250 km²) (1 miljoen inw.)

Flores is het grootste eiland in het oostelijk deel van Nusa Tenggara. 90% van de inwoners zijn katholiek. Van alle grotere eilanden van Nusa Tenggara heeft Flores het slechtste wegennet als gevolg van het woeste landschap. De bergen en veertien actieve vulkanen vormen een schitterende omgeving. Het opvallend groene Flores is een langgerekt eiland met zeer afwisselende landschappen. Het westen en midden zijn malsgroen, naar het oosten wordt het landschap veel droger. Er is een 670 km lange weg aanwezig en de reis van west naar oost vergt minimaal vier tot vijf dagen, mede doordat het openbaar vervoer 's nachts niet rijdt. De hele route is nogal vermoeiend, maar de reis kan zeer opwindend zijn.

Het westelijke derde deel van Flores wordt Manggarai genoemd en in dit gebied woont bijna de helft van de bevolking.

Labuhanbajo is de meest westelijke van de drie havensteden van het eiland en heeft een schitterende haven vol catamarans.

Ruteng (1100 m) is een fris stadje en heeft een paar aardige kerken. Vanaf de hellingen aan de noordkant hebt u een weergaloos uitzicht over de rijstvelden. De omgeving noodt tot wandelen, alhoewel het er vrij koud kan zijn. Het gebied is het thuisland van de Manggarai, een van oorsprong Maleis volk. Hun huizen lijken op eierdoppen op poten. U vindt ze alleen nog in Pongkor en Todo, te bereiken per bus en paard (het laatste stuk) via Sokenor.

Als u geluk heeft, kunt u in Ruteng getuige zijn van een spectaculair caci-zweepduel, dat hier soms wordt gehouden als onderdeel van een huwelijk of een andere belangrijke ceremonie.

Vanuit Ruteng na een lange rit door een schilderachtig landschap bereikt u de stad Bajawa.

De streek rond Bajawa is een van de meest traditionele gebieden van Flores, waar oude megalieten te zien zijn. De accommodatie is eenvoudig en hetzelfde geldt voor het voedsel. hondenvlees is een plaatselijke delicatesse. Dit koele bergdorp is een aanrader. Wanneer u Bajawa met de bus vanuit Ruteng nadert via een lange prachtige, maar niet ongevaarlijke busreis en een ramp voor het zitvlak, krijg je een mooi uitzicht op de vulkaan Gunung Inerie. Veel van de traditionele dorpen in het magnifieke hoogland rond Bajawa zijn een bezoek waard, alleen zijn ze soms moeilijk te bereiken. 's Middags regent het meestal en dan wordt het meteen fris. Twee van die dorpen, Langka en Bena, liggen in het zicht van de Gunung Inerie (2245 m), de hoogste vulkaan van Flores. In Bajawa kun je de heuvel opgaan in de buurt van de kerk. Je hebt hier een prachtig uitzicht over Bajawa met de vulkaan op de achtergrond. Je hebt hier als toerist veel bekijks en staat voortdurend in de belangstelling.

Ten noorden van Bajawa ligt Soa, waar zondag marktdag is.

Vanuit Bajawa is het 125 kilometer (ongeveer vijf uur rijden) naar Ende, de belangrijkste stad van Flores. Tegenwoordig is de handel in Ende grotendeels in handen van de Chinezen. De weg van Bajawa naar Ende is vrij goed en levert enkele aangename ogenblikken op: uitzicht op de Gunung Ebulobo (2149 m), de geur van kruidnagels en de weidsheid van de baai van Ende. De Gunung Ebulobo is in twee dagen vanuit Boawai, een dorp aan de weg, te beklimmen.

De Gunung Kelimutu is een uitgedoofde vulkaan tussen Ende en Maumere (de Keli Mutu bevindt zich op een paar uur ten noordoosten van Ende, aan de hoofdweg naar Maumere). In de kom liggen drie meren waarvan de kleuren voortdurend veranderen. De weg naar boven vergt een wandeling van drie uur. Het pad begint net buiten Moni op de weg Ende-Maumere, richting Ende. De meren zijn slechts door lage kraterranden van elkaar gescheiden en ze zijn zo bijzonder omdat ze alle drie als een kameleon van kleur kunnen veranderen. De enige tijd om zeker te zijn dat je de 3 meren goed kunt zien is ’s morgens vroeg voordat de wolken naar beneden komen. Ik loop rond de 2 kratermeren waar een smal en soms enigszins gevaarlijk pad langs loopt. Ik loop naar beneden. Ik volg een paadje wat de weg afsnijd en loopt langs kleine dorpjes en akkertjes. Ik vervolg het lange steile paadje naar beneden terug in het dorpje beneden bij de waterval. Ik ga vervolgens langs de waterval en dan op naar de "mandi"-heetwaterbron.

Van Ende naar Maumere (148 km) is het ongeveer 7 uur rijden. Het laatste deel van de reis gaat over een heet en stoffig stuk weg van 137 km naar Larantuka, dat op de oostpunt van Flores ligt.

Vanuit Maumere is het 3 ½ uur rijden met de bus naar Moni. Het is hier ’s avonds behoorlijk koud in de bergen tegen de vulkaankrater. Waterval en hete bron bezoeken in Moni.

Het dorpje Moni is ook prachtig met tegen de bergen sawa’s. Van Moni wandelen naar dorpje Jopu. Het is hier prachtig tussen de vulkaankrater en de bergen in. Dan wandelen richting Wolowaru. Het is hier echt schitterend onderweg. Het loopt alsmaar naar beneden met een prachtige uitzicht op het landschap en in de verte de zee. De kleine dorpjes Jopu en Nggela ten zuiden van Wolowaru, liggen in een vulkanisch landschap met prachtige vergezichten over valleien en de oceaan.

Vanuit Labuhanbajo (Flores) met de boot naar Sumbawa (8 uur) voor 12.000 Rupiah.

SUMATRA "Het eiland van de regenwouden" (473 606 km²)

Sumatra is na Borneo het grootste eiland van Indonesië. Noord naar Zuid = 2500 km.

Sumatra is 10x zo groot als Nederland, bijna 4x zo groot als Java en bijna 4x zo groot als Engeland. Over de gehele lengte van het eiland loopt een bergketen (een dubbele ruggegraat), het Bukit Barisan-gebergte (een grillige massa tientallen meters diepe ravijnen en donderende watervallen), die ongeveer 1600 kilometer lang is en uit ongeveer 90 vulkanen bestaat, waarvan er zo'n 15 nog actief zijn. In dit geologisch actieve gebied komen regelmatig aardbevingen en vulkaanuitbarstingen voor.

Meer dan 80 procent van de bevolking van Sumatra woont in de lange keten van golvende heuvels aan de voet van de Bukit Barisan en langs rivieren en meren in het hoogland, waar ze een bestaan leiden met traditionele activiteiten als kleinschalige zelfstandige landbouw, visserij en handel.

Sumatra is bekend om zijn rijke oerwoud met woudreuzen van 60 m hoogte, schitterende bloemen waaronder de Rafflesia arnoldi van een meter doorsnee en wilde dieren als de tijger, tapir en orang-oetan. In het oostelijke laagland lopen nog kuddes Sumatraanse olifanten, een kleine soort van ongeveer 3 m hoog.

NOORD-SUMATRA

Medan (2,5 miljoen inw.) is de grootste, drukste en de smerigste stad van Sumatra en heeft één van de hoogste inkomens per hoofd van de bevolking van heel Indonesië. Goedkope accommodatie is dicht bij het centrum in Medan. Jalan Semarang, een kleine straat tussen Jalan Pandu en Jalan Bandung, heeft veel goeie voedselstalletjes.

De kustweg van Medan naar Aceh is beter en korter, maar wel vlak en buitengewoon druk. Banda Aceh (166 000 inw.) (12 uur bussen van Medan) is een orthodox-islamitische provincie, het bolwerk van de islam in Indonesië. Een plezierige stad om in rond te lopen: schoon, vrouwvriendelijk en niet al te druk. Eén van de indrukwekkendste moskeeën van Indonesië is de Mesjid Raya Baiturrachman,de Grote Moskee in smetteloos wit. Is gebouwd van hout en is opgetrokken zonder dat er ook maar één spijker aan te pas kwam. Vooral in de vooravond is de enorm witte moskee met de vijf verlichte zwarte uienkoepels, zich spiegelend in het water ervoor, een lust voor het oog.

Achter de moskee liggen de markt en de Chinese wijk langs Jalan Perdagangan.

Een alternatieve route loopt vanuit Medan door de Alasvallei dwars door het spectaculaire

Nationale Park Gunung Leuser.

Vanuit Medan is de eerste halte Brastagi, een bergoord (in de Karo Highlands) en marktplaats op zo'n 70 kilometer ten zuiden van Medan. Brastagi is de kleine, maar drukke marktplaats van de Karo-Batak-stammen ten noordwesten van het Toba-meer. Het stadje ligt op een verkoelende 1400 m boven de zeespiegel. Brastagi is feitelijk niet meer dan een straat, de jl. Veteran. Van heinde en verre komt er volk naar de kleurrijke Karo-markt (dinsdag en vrijdag) in het midden van jl. Veteran en de permanente fruitmarkt aan de voet van de Gundaling-heuvel. Bij de fruitmarkt loopt een weggetje de Gundaling-heuvel op. Mooie panorama's.

Een fascinerende ervaring is een klim naar de top (heen en terug 6 uur) van de vulkaan Gunung Sibayak (2370m). Tijdens de afdaling passeert u hete bronnen.

De Gunung Sinabung is te beklimmen is in een dag. De paden zijn soms glad en zwaar, maar de moeite wordt zeker beloond door het geweldige uitzicht op de top. Van hieruit kijkt u uit op het Kawar-meer en het pad naar beneden is duidelijk te zien.

De volgende stad is Kabanjahe. In het omliggende gebied liggen de Batakdorpen BarusJahe en Lingga, met traditionele huizen met hoge, gewelfde daken en beschilderde, met houtsnijwerk versierde kapitelen. Misschien treft u het en kunt u een traditionele Karo-Batakbruiloft of een rijstoogstfeest bijwonen. Niet ver hiervandaan bevinden zich twee indrukwekkende watervallen, Sikulap en Sipisopiso.

Karo Batak Highlands: Wil je de ongewone binnelandse architectuur zien, ga dan naar de afgelegen dorpjes Kampung Peceren, Lingga, Cingkes and Barusjahe in de Karo Batak Highlands om de punten daken te zien. Cingkes is het grootste dorp met 24 huizen.

Het gebied van de Gayo's en de Alas begint bij Kutacane. Het is een kleine marktplaats met de traditionele hoofdstraat vol winkels, en een busstation. De weg loopt verder naar het noorden door de beboste vallei van de Alasrivier naar het Nationale Park Gunung Leuser. Het reservaat strekt zich uit tot aan de westkust van het eiland en is een van de meest toegankelijke natuurreservaten van Indonesië. Het is tevens één van de grootste parken ter wereld.

Van Takengon naar het Toba-meer is een zware, maar prachtige tocht dwars door het nationale park Gunung Leuser (8000 km²) door druipende wouden. Beklim hier de vulkaan de Gunung Leuser (3404 m). Dit park is het grootste beschermde natuurgebied van de archipel. In grote gedeelten van het park schijnt nog geen mens te zijn geweest. De hoge, ongenaakbare Bukit Barisan is hier op zijn best: primair oerwoud met 60 m hoge woudreuzen, snelle riviertjes, hogerop vreemdkleurige mossen, en in de diepten de moerassen met bek-klappende krokodillen. Hier klapwieken neushoornvogels en dwalen tijgers, neushoorns, vele soorten apen waaronder de orang-oetan (letterlijk: bosmens), tapirs en de prachtige argusfazant. Dwars door het park is een weg aangelegd, en ook de vallei van de Alas-rivier breekt het landschap open. Er worden tochten georganiseerd per vlot of rubberboot; wie dit heeft meegemaakt, is niet meer dezelfde.

Het is mogelijk om voor een korte wandeling op eigen houtje de jungle in te trekken vanuit Kutacane en Bukit Lawang, maar voor langere tochten is een goede gids onontbeerlijk. Het is ook een aantrekkelijke tocht om vanuit Bukit Lawang naar Brastagi te lopen (populaire trekkingsplaats) (twee à drie dagen wandelen).

Overnachting te Bukit Lawang: Wisma Bukit Lawang Indah (10.000 Rp).

Net ten noorden van de grens van het nationale park ligt Blangkejeren, een plaats met tal van meer dan honderd jaar oude huizen van de Gayo's en Alas. Deze lage, langgerekte woningen bieden soms onderdak aan zo'n 60 mensen van verschillende gezinnen.

Blangkejeren heeft een paar redelijke losmen. Neem een kijkje bij de longhouses en loop even over de markt voor het schitterende borduurwerk. Verder naar het zuiden kunt u eventueel stoppen in Kutacane om via het naastgelegen Tanah Merah onder begeleiding het oerwoud in te duiken.

Vanuit Blangkejeren naar Takingeun (Takengon), de hoofdstad van de Gayo's, is gebouwd op de oevers van het 25 kilometer lange Danau Laut Nawar op een koele hoogte van 1200 m. Het water van het meer is schoon, koel en verfrissend. De plaatselijke bevolking geeft de voorkeur aan de openbare baden en warme bronnen bij Kampung Batik. Andere karakteristieke plaatsjes liggen verder de bergen in.

De hooglanden vormen het woongebied van meer dan drie miljoen leden van de zes belangrijkste Batakstammen. Het plateau strekt zich van noord naar zuid uit over een afstand van meer dan 500 kilometer, en ter hoogte van het Tobameer is het ongeveer 150 kilometer breed. De verschillende stammen van de Batakkers (de Toba, Karo, Pakpak, Simalungun, Angkola en Mandailing) hebben elk hun eigen dialect, gewoonten en bouwstijl.

Van Medan naar Danau Toba: Op 128 kilometer van Medan ligt Pematangsiantar, de op een na grootste stad van Noord-Sumatra. Dit centrum ligt op een koele hoogvlakte.

Van Pematangsiantar is het nog ongeveer 50 kilometer naar Prapat. Prapat is een aan het Tobameer gelegen toeristenplaats. Een langere, meer westelijke route van Medan naar Prapat loopt door Brastagi en de hiervoor al beschreven Karo-Batak-hooglanden. Vanaf Kabanjahe is het een korte rit per bus naar een uitkijkpunt nabij de noordpunt van Danau Toba, waar u een adembenemend uitzicht heeft over de afgelegen Tonggingvallei en de Sipisopisowaterval.

Het Danau Toba (Tobameer) (op 900 m; wateroppervlak 1265 km²; lenget van 90 km; 450 m diep; 160 km ten zuiden van Medan -> 4uur met de bus; 12.000 Rp) is een gigantische met water gevulde krater. Het klimaat is er koel maar nooit kil.In het meer ligt het eiland Samosir die nogal toeristisch is.

WEST-SUMATRA

Het land van de Minangkabauers dat een vreedzame en verfijnde cultuur heeft, zeker in vgl. met de ruigere Batakkers uit het achterland.

Van Bukittinghi naar Prapat is een vermoeiende tocht (12u.) door spectaculair berglandschap. De eerste stop is meestal bij Bonjol, pal op de evenaar. Verderop naar het noorden ligt het Rimba Panti-natuurreservaat, gedeeltelijk in de bergen en gedeeltelijk in de vruchtbare vallei ten oosten daarvan. De weg snijdt er dwars doorheen. Er leven diverse soorten apen, wilde zwijnen en beren. Er zouden zelfs nog tijgers zitten. Vlak aan de weg liggen hete zwavelbronnen, waar elke bus op verzoek stopt.

Op 36 kilometer ten westen van Bukittinggi ligt Danau Maninjau. Het serene, afgelegen kratermeer is befaamd om zijn natuurschoon. Ongeveer 12 kilometer ten noorden van Bukittinggi ligt Batang Palapuh, waar in juli en augustus de reusachtige Rafflesia bloeit, de grootste parasitaire bloem ter wereld. 39 kilometer naar het oosten, is de toegangspoort tot de kliffen en watervallen van het ravijn Lembah Harau.

De hooglanden tussen Bukittinggi en Batusangkar vormen een van de mooiste gebieden van Sumatra. Met de auto ± drie uur over de 100 kilometer rit van Bukittinggi naar het zuidelijker gelegen Padang. De route loopt tussen de twee actieve vulkanen en voert door Padang Panjang, een van de mooiste plaatsen in het land van de Minangkabauers.

De Padangse hooglanden liggen tussen Padang en Bukittinghi en beginnen net ten zuiden van Bonjol. In het midden in de Padangse bovenlanden ligt Bukittinghi (900m). Het is een eenvoudig bergstadje en nu een belangrijke toeristentrekpleister. Het is een belangrijk centrum van de Minangkabau, een van de weinige matrilineaire culturen ter wereld.

Het aardigste gedeelte van de stad is het zuidwesten, waar de overdonderende Ngarai-kloof een nogal abrupte stadsgrens vormt. Aan de rand is een panoramapark aangelegd en vooral 's morgens en laat in de middag, wanneer grote wolkenslierten door de diepe kloof jagen, is het uitzicht onovertroffen. De goedkoopste, maar niet allemaal even aantrekkelijke slaapgelegenheden liggen in de jl. A. Yani.

De aangename bergstad Bukittinggi (920 m) ligt in een groene omgeving. Het is de `hoofdstad' van de Minangkabauers. Het klimaat is er koel en zonnig, de mensen zijn er vriendelijk en de sfeer is ontspannen.

Padang (300 000 inw.) is de hoofdstad van West-Sumatra zonder storende hoogbouw. 's Morgens vroeg is het al moordend heet. Het hoogste punt ligt ten zuiden van Padang: Gunung Kerinci (3850 m) de hoogste berg van Sumatra en de derde hoogste van Indonesië. In dit vulkanische, tectonisch zeer actieve gebied zijn tal van bergmeren onstaan, waaronder de schitterende meren Maninjau, Singkarak en Kerinci.

Vanuit Padang kun je per Pelni-ship naar Jakarta. Ongeveer even lang als de bus (+/- 24 uur) maar stukken comfortabeler. Een fraai, nog geen jaar oud schip, van Duitse makelij. De laagste klasse bestaat uit grote slaapzalen (+/- 100 man) met een eenvoudig, maar goed plastic matrasje. En zelfs aircon! Zeer goed te doen.

Het uitgestrekte grootste reservaat van Indonesië - Nationale Park Kerinci-Seblat (15 000 km²) - ligt op ongeveer tien uur rijden ten zuiden van Padang dat een 345 kilometer lang gedeelte van de Bukit Barisan beslaat. Het reservaat wordt gedomineerd door de vulkaan Gunung Kerinci. Bij Tapan moet u van de kustweg afslaan in de richting van Sungaipenuh, de belangrijkste stad van de regio. Deze rit is alleen mogelijk met een auto met vierwielaandrijving. De streek is ook bereikbaar via een smalle verharde weg die van de in het binnenland gelegen TransSumatra-snelweg aftakt.

Vanuit Sungeipenuh leiden voetpaden in alle richtingen - naar het prachtige kratermeer van Gunung Tujuh, naar het hooggelegen moeras rond Danau Bentu, en naar de onherbergzame regenwouden van Gunung Seblat. Het pad naar de top van Gunung Kerinci begint in het dorp Kersik Tua en loopt eerst door uitgestrekte theeplantages op de lagere hellingen voordat u het dichte oerwoud op de hogergelegen hellingen betreedt.

Tot de in dit gebied in het wild nog voorkomende grote zoogdieren behoren de Aziatische olifant (Gleplias maximus), de Sumatraanse neushoorn (Dicerorhinus suniatrensis), de tijger (Panthera tigris), de nevelpanter (Neofelis nebulosa), de Indische tapir (Tal)irus indicus) en de Maleise beer (Helarctos malavanus). Er komen hier geen orang-oetans voor, maar soms zijn er meldingen van de mysterieuze orang pendek (een behaarde, gedrongen `mens') of de mythische cigau (half leeuw, half tijger).

De westkust is maar een korte strook; de bergen zakken vrijwel loodrecht in zee.

ZUID-SUMATRA

Het zuiden raakt overbevolkt door getransmigreerde javanen.

De zuidelijke helft van Sumatra is het rijkste, maar tegelijkertijd het minst ontwikkelde deel van het eiland. Er leven ook nog animistische stammen als de Kubu en de Sakai, die door de bossen en moerasgebieden trekken en op vogels en apen jagen. En af en toe laten tijgers zich zelfs langs de grote weg zien.

Ongeveer 200 kilometer ten noorden van Palembang ligt Jambi, een rivierhaven die wordt omsloten door weelderig oerwoud. Zo af en toe loopt er nog wel eens een tijger uit de omringende jungle in de straten. Bijna heel Jambi en het oostelijke tweederde deel van Lampung bestaan uit alluviaal laagland, dat nergens meer dan 30 meter boven de zeespiegel ligt en tot zo'n 200 kilometer breed is.

De verbindingen tussen Jambi en Palembang over de weg en over water zijn moeilijk en daardoor langzaam. Reizigers die kiezen voor een reis over land (of over water) hebben echter de kans kennis te maken met een paar geïsoleerd levende stammen.

In de moerassen langs de rivieren Batang Hari, Musi, Rawas en Tembesi leven de Kubu. Hun onderkomens zijn niet veel meer dan afdakken van bamboe en bladeren. Ze leven in een waterrijke omgeving maar vermijden elk contact met water, omdat ze ervan overtuigd zijn dat dit hen ziek zal maken. De Kubu verzamelen bananen en andere vruchten in bamboemanden en jagen op wilde zwijnen en apen.

Ten noorden van Jambi, in de buurt van de rivieren de Kuantan en de Indragiri, wonen de Orang Mamaq in paalhuizen boven de moerassen. Traditioneel zijn het jagers en vissers, die in de omringende bossen ook vruchten verzamelen om hun dieet aan te vullen. Daarnaast zijn ze begonnen met het verbouwen van rijst.

Verder naar het noorden, tot in de omgeving van Pekanbaru, leven de nomadische Sakai. In het Maleis betekent hun naam 'ondergeschikte', maar zelf noemen ze zich Orang Batin, 'de binnenste mensen'. Net als hun zuiderburen leven de Sakai vooral van de jacht en de visserij. Het vlees van apen vormt hun favoriete voedsel. Een wezenlijk kenmerk van de Sakaicultuur is een sterk geloof in magie.

Palembang (600 000 inw.) is de hoofdstad en metropool van Zuid-Sumatra en veruit even groot als Medan. Het is één van de drukste industriesteden van Indonesië. De stad ligt 200 kilometer landinwaarts aan de oever van de rivier de Musi.

Maar de echte bron van de welvaart is de aardolie, die Palembang tot de rijkste stad van Indonesië heeft gemaakt. In de stad staan winkels en huizen op palen boven het water van de Musi en handelaren verkopen hun waren vanaf boten, net als in de khlongs (kanalen) van de Thaise hoofdstad Bangkok. Jalan Sudirman is de beste winkelstraat en en Jalan Veteran de beste plaats om uit eten te gaan. De rosse buurt van Palembang bevindt zich in Kampong Baru.

De stad Lahat ligt ten westen van Palembang, aan de spoorlijn naar Lubuklinggau. Dit is de toegangspoort tot de Pasemahhooglanden. Overal op dit bergplateau staan megalithische beeldhouwwerken, graftombes, pilaren en andere stenen ruïnes, waarvan wordt aangenomen dat ze dateren van omstreeks het jaar 100. Ze worden beschouwd als de beste voorbeelden van de prehistorische beeldhouwkunst in Indonesië. In het gebied rond de vulkaan Gunung Dempo bevinden zich dolmen, heiligdommen, gekleurde schilderingen en andere kunstwerken.

De Oversteek van Sumatra naar Java: U kunt de Straat Soenda oversteken met een veerboot vanuit vanuit Bakauheni, de haven van Teluk Betung in Sumatra. Vanaf de veerboot kunt u de Krakatau zien liggen, de vulkaan die in 1883 tot uitbarsting kwam waardoor meer dan 35.000 mensen om het leven kwamen en het klimaat over de hele wereld minstens een jaar van slag was.

 

De Zuid-Sumatraanse spoorweg, waarvan het kopstation in Tanjungkarang ligt, loopt in noordelijke richting naar Palembang en heeft een vertakking naar het westen tot Lubuklinggau. Tanjungkarang is de poort tot het natuurreservaat Way Kambas, dat riviermondingen, bossen, moerassen en open savannen omvat. Dit is de beste plaats op Sumatra om olifanten in het wild te zien. Tijgers en wilde zwijnen komen er ook nog in aanzienlijke aantallen voor. Het is tevens een paradijs voor vogelliefhebbers.

Het mooie bergenmeer van Danau Ranau ligt in de Bukit Barisan bergen in Zuid-Sumatra. Het is één van de minst vervuilde en best betreedbare bergmeer van Sumatra. Je kunt er de Gunung Seminung (1881m) beklimmen. De meeste routes naar Danau Ranau gaan via de Trans-Sumatran Highway van Baturaja, die je kunt bereiken vanaf the hoofdterminal in Palembang. Vanuit Baturaja is het 3u30min. naar Bandar Agung, bij het meer, met een overstap bij Simpangsender.

OOST-SUMATRA

De grootste stad van de provincie Riau is Pekanbaru, een havenstad die 160 kilometer landinwaarts aan de rivier de Siak ligt. Het beeld van dit vriendelijke stadje wordt gedomineerd door de olieindustrie en Pekanbaru telt een groot aantal buitenlanders onder haar bevolking. Pekanbaru is een goede uitvalsbasis voor vèrkenningstochten door het omliggende oerwoud, waar Sumatraanse neushoorns, tijgers, olifanten en veel vogels voorkomen. In Pekanbaru is weinig te beleven. Het busstation vindt u aan de Jl. Nangka. Daar zijn tevens veel goedkope accommodaties.

Dumai is een vreselijke stad aan de oostkust met in de omgeving olieraffinaderijen. Vanuit Dumai vertrekt dagelijks om 10.00 uur een snelle boot naar Melaka in Maleisië (2uur).

 

SINGAPORE

Munt Singapore dollar : 1US$ = 1,8 S$ (03/05/2001)

Visum : je krijgt een gratis visum voor 14 dagen.

Prijzen

- Gewone maaltijd : min. S$ 2,50 = 1,38$

- Broodje : S$ 2,50 = 1,38$

- 3 sinaasappelen : S$ 1 = 0.55$

- 1 kg druiven : S$ 4 = 2,22$

Boot Singapore (World Trade Centre) – Sekupang (Pulau Batam, Indonesie)

Boot Sekupang (Pulau Batam) – Tanjung Buton (Sumatra) + bus Tanjung Buton – Pekanbaru

- IR 70.000 p.p. + 2.500 p.p. haventaks

- Boot 4 uur, bus 4 ½ uur

- De locale bus zat nogal vol, de weg was in redelijke staat. De bussen staan in Tanjung Buton aan de pier te wachten op klanten en vertrekken een kwartierje na aankomst van de boot.

Logies

Waffles Homestay - double S$ 25 (=13.8$) zonder venster, ontbijt inbegrepen (brood met boter en jam en thee)

 

 

 

JAVA "Het centrum van Indonesië"

Java (132 000 km²) is ongeveer zo groot als Engeland.

Nergens is de werkloosheid zo groot en is de informele sector zo sterk ontwikkeld als hier. Alleen zult u hier vrijwel nooit zijn. Java telt meer dan 800 inwoners per km². Méér dan 80 procent is ontgonnen gebied.

Van de meer dan 100 vulkanen zijn er nog zo'n 30 actief, waaronder enkele met hun opborrelende modder (solfataren), ontsnappend gas (fumarolen) en hete zwavelbronnen.

Drukste maanden zijn als het Java-schoolvakantie is van midden juni tot midden juli, alsook héél juli en augustus als het Europese zomervakantie is.

Andere héél mooie tochten zijn met de stoomlocomotief van Ambarawa naar Bedono, van Magelang naar Surakarta en van Bogor naar Pelabuhanratu. Bergvakantiedorpen zijn goede uitgangspunten voor wandelingen: mooie zijn Selabintana, Puncak, Kaliurang, Batu, Selecta, Tretes, Tawangmangu en Tosari.

WEST-JAVA

West-Java, het land van de Soendanezen, behoort tot de mooiste en de meest toegankelijke hooglanden van heel Indonesië waar u kunt genieten van bergwandelingen en tochten door het oerwoud, maar ook van een rondgang langs tempels, paleizen en dansvoorstellingen.

Bogor (290m) heeft niet echt veel te bieden.

Twintig kilometer zuidwestelijk van de stad begint achter de Gunung Salak het 36 000 ha grote Halimun-reservaat, ingericht rond een bergmassief met de Halimun (1929 m) als hoogste top. In 1987 werd het opgenomen in het nationale park Gede Pangrango. De Javanen hebben dit stukje natuur tot nu toe met rust gelaten. De bergen vormen het jachtterrein van de Badui, een bevolkingsgroep waartegen nog altijd met respect wordt opgekeken. Het is er prachtig. Dit gebied heeft samen met Bogor een gemiddelde van 260 onweren per jaar, terwijl de jaarlijkse regenval kan oplopen tot 6000 mm. De beste route om er te komen is via de kruidnagelplantage Pandanarum. Dit terrein vereist een flinke conditie. Het schitterende nationale park Gede Pangrango behelst twee vulkanen en het gebied daaromheen, en is het oudste reservaat van Indonesië. Het park met zijn twee vulkanen is de vindplaats van de enige Javaanse bergflora; deze vertoont hier en daar overeenkomsten met de alpenflora van Europa. Beide vulkanen zijn te beklimmen. De Pangrango, met 3091 m de hoogste, is uitgedoofd, de Gede (2962 m) blaast van tijd tot tijd nog zwavelwolken de wereld in. Net onder de kraterrand van de Gede ligt een magnifiek platform, de alun alun Gede; daar groeit de Javaanse edelweiss. Naar de toppen worden de paden steiler; ook wordt het behoorlijk koud (vorst!) naarmate men hoger komt. Het pad naar de Gede passeert de Cibureumwaterval (na een uur is er een zijpaadje naar rechts). Na een wandeling van vier uur bereikt u de Kandang Badak (‘rinocerosstal’) op 2400 m, op de richel tussen de twee vulkanen. Vandaar is het nog anderhalf uur naar de top van de Gede, via de alun alun. De tocht naar de Pangrango duurt nog ruim twee uur. Als u wilt overnachten, moet u proviand meenemen. De benodigde vergunning is af te halen bij de HPHA-kantoor aan de ingang. Dit pasje hebt u ook nodig als u via Sukabumi en Selabintana het park in wilt. Neem warme kleding mee. Op de alun alun is het 5°C en soms vriest het er zelfs. Elk jaar weer raken jonge Indonesiërs bevangen door de koude, voor sommige met fatale gevolgen.

De meest schilderachtige route (prachtige route) voor een excursie vanuit Jakarta is die door de Parahyanganhooglanden (Preanger) ten zuiden van de stad. De eerste stop op deze route, op een uur rijden van Jakarta over de snelle Jagorawi-tolweg, is de stad Bogor, het vroegere Buitenzorg. Bogor ligt ongeveer 70 kilometer landinwaarts ten zuiden van Jakarta aan de voet van de Gunung Salak, en het is er aanmerkelijk koeler - en natter - dan in Jakarta. De omgeving hier is één van de aller mooiste van Java. Op heldere dagen is het uitzicht over de vlakten ongelooflijk mooi; de terrasvormige rijstvelden, dichte bossen en theeplantages.

De prachtige Botanische Tuinen (Kehun Raya) zijn de belangrijkste trekpleister van Bogor. De schitterende rit die vanuit Bogor in oostelijke richting naar de Puncakpas klimt, slingert zich door een landschap met theeplantages. Vanaf het Rindu Alam-restaurant, dat vlak voor het hoogste punt van de pas aan de rechterkant van de weg ligt, kunt u genieten van het spectaculaire uitzicht. Op een heldere dag reikt het zicht tot aan Jakarta en de kust. Wanneer u de weg oversteekt en een klein stukje de helling afloopt, komt u bij het pad naar Telaga Warna, het kleine `Meer met Vele Kleuren'. Op zeven kilometer voorbij de Puncakpas begint de zijweg naar rechts die omhoog voert naar de Botanische Tuinen van Cibodas (is een dependance van de botanische tuin van Bogor). Cibodas (een spectaculair bergreservaat op 2 uur rijden van Jakarta) is ook het beginpunt van een zes uur vergende klim (heen en terug) door het oerwoud naar de toppen van de Gunung Gede en de ernaast gelegen Gunung Pangrango. Deze tocht is bekend om de mooie vergezichten, warme bronnen, watervallen en de interessante zoogdieren en bij de top de Javaanse edelweiss. Ongeveer halverwege vindt u een zijpad naar de Cibeureum-waterval, waar vaak langoeren en de zeldzame Javaanse gibbons worden waargenomen. Uitstekende accommodatie en voedsel zijn beschikbaar in het nabijgelegen bergoord Cipanas. Dit is een aangename plaats om een paar dagen te vertoeven en vanhieruit trektochten te maken door de bergwouden van het nationale park en door de omliggende theeplantages.

Van Bogor naar Bandung rijden is een héél mooie tocht met als hoogtepunt de Puncakpas tussen Bogor en Cianjur. Het is een prachtige tocht langs rijstvelden en altijd groene theeplantages in het zicht van een trio vulkanen: de Salak, de Gede en de Pangrango. Puncak betekent 'top' en staat bekend om zijn prachtige vergezichten. 's Middags komen de mistflarden de flanken op klimmen en al snel begint het te (mot)regenen. De tocht van Bogor naar Ciamis is een van de mooiste van Java.

Bandung (2 miljoen inw.) is de hoofdstad van West-Java en ligt op 800 m hoogte midden in de Pryangan-hoogvlakte (het prachtige Preanger Hoogland). Niet veel te zien in de stad. De stad ligt op een plateau omgeven door vulkanen en imposante bergkammen. In de omgeving wordt rijst verbouwd, en de berghellingen zijn bedekt met thee-, rubber-, koffie en kinaplantages.

Van Jakarta naar Bandung (‘Stad van bloemen’) (700 m) rijdt u 4 uur met de auto (187 km’s). Vanuit Bandung naar Yogyakarta is het ongeveer 6 uur rijden.Tegenwoordig is Bandung weliswaar een snelgroeiende industriestad, maar daarnaast nog steeds groen en aantrekkelijk.

Bandung staat vooral bekend als centrum voor het onderwijs: in de stad zijn maar liefst 27 hogescholen en universiteiten gevestigd, met duizenden studenten.

Cafés in Bandung: De Laga Pub op Jl. Dr. Junjunan 164 is erg in trek bij de studenten van de universiteit; 's avonds verzorgt men hier een combinatie van goed eten en lokale live-muziek.

De meest opwindende excursie die u vanuit Bandung kunt maken (alsook een massa toeristen), is een tocht naar de Tangkuban Prahu, een borrelende verzameling van zeven kraters op meer dan 2 km hoogte ten noorden van Bandung in het omliggende hoogland. De dichtstbijzijnde actieve vulkaan is de Tangkuban Prahu, de 'Omgekeerde Boot' die 32 kilometer ten noorden van de stad ligt. De top biedt een schitterend uitzicht op de krater. Even voorbij Lembang, een plaats waar veel groenten worden verbouwd, gaat een steile, smalle weg naar links en kronkelt omhoog naar de rand van de 1830 meter hoge krater.

De warmwaterbronnen van Ciater liggen ook rond Bandung.

Ten zuiden van Bandung liggen nog meer spectaculaire en nog hogere bergtoppen en hoogvlaktes, maar deze zijn meer afgelegen en worden daarom minder vaak bezocht dan de Tangkuban Prahu.

De 40 kilometer ten zuiden van Bandung gelegen stad Pengalengan, die temidden van glooiende heuvels met goed verzorgde theeplantages ligt, is het vertrekpunt voor een tocht naar de Cileuncameren, de rand van de vulkaan Wayang en de krater van de zwavel en stoom uitspuwende vulkaan Papandayan. U zou meerdere weken kunnen doorbrengen met een verkenning van het prachtige bergland in het zuiden van de Preanger.

 

Een héél mooie tocht is die van Bandung door de Parahyangan naar Pangandaran.

Garut ligt op ongeveer 60 km ten zuidoosten van Bandung. Het is een vrij koele plaats. De omgeving is schitterend, u rijdt of wandelt tussen de vulkanen en vruchtbare valleien van de Parahyangan. Garut zelf bezit nog een aantal originele paalwoningen.

Zowel de Gunung Guntur (vanuit Cipanas), de Gunung Galunggung als de Gunung Papandayan meer naar het zuiden zijn te beklimmen. De Papandayan is actief, uitzonderlijk mooi, maar gevaarlijk door vrijkomende giftige gassen en de borrelende modderpoelen. De Galunggung barstte nog in 1982 uit. De vulkaan ligt iets meer dan 20 km ten oosten van Garut.

 

Het Nationale Park Ujung Kulon (42 000 ha) is het belangrijkste reservaat van Indonesië en is een van de drukst bezochte natuurreservaten van Indonesië.. Het ligt op de uiterste zuidwestpunt van Java en het bestaat uit een schiereiland, beschermd door het Gunung Honje-massief in het oosten, en verder uit de eilanden Peucang, Handeuleum, Panaitan en het vulkaaneiland Krakatau. Het reservaat is een van de laatste volstrekt ongerepte stukjes oorspronkelijke natuur van Java. Om in dit park een van de nog zestig overgebleven Javaanse neushoorns te zien, zult u geluk moeten hebben. Vroeger kwam deze gigant overal op Java voor, tegenwoordig alleen in het reservaat en dan zeker niet meer dan 60 exemplaren. Maar er leven hier nog vele andere fascinerende zeldzame zoogdieren, zoals luipaarden, gibbons, langstaartmakaken, langoeren, krokodillen, muntjaks, dwergherten en kudden wilde buffels (banteng). Het gebied bestaat voornamelijk uit dicht, druipend tropisch regenwoud, moerassen, prachtige stranden en koraalriffen. Door het bos lopen enkele goed onderhouden paden om een trektocht te houden. U kunt Ujung Kulon bereiken per motorfiets (een rit van ongeveer zes uur) over de landweg van Labuan via Sumur naar Taman Jaya, waar het hoofdkantoor van het park is gevestigd.

In Labuhan (de westkust) begint een schilderachtige route naar het oosten. Deze weg slingert zich door de uitlopers van de Preanger naar Rangkasbitung en Bogor en voert langs de hoogvlakte waar het mysterieuze volk van de Badui woont. Een andere smalle geplaveide weg kronkelt door het bergachtige gebied langs de zuidwestkust van Java naar de stranden van Pelabuhan Ratu.

Ook de zuidkust van West-Java, die als mooi maar gevaarlijk te boek staat, is vanuit Bogor heel makkelijk te bereiken. Met de auto is het ongeveer twee uur rijden over een goede weg, die vanaf Ciawi zuidwaarts slingert over de pas tussen de Pangrango en de Salak, door een schilderachtig, weelderig groen landschap met rubberbomen, theeplantages en op terrassen aangelegde rijstvelden.

Vanaf Cibadak loopt een schilderachtige weg naar het vissersdorp Pelabuhan Rato, waar de ruwe branding van de Indische Oceaan op de vlakke stranden van zwart vulkanisch zand breekt.

Jakarta: Door 'stedelijke verdichting' wonen er inmiddels 16 000 mensen op 1 km².

Bezienswaardigheden van Oud-Batavia: Net zoals in de meeste steden in het postkoloniale Azië grenst de Chinese wijk direct aan het oude Europese stadscentrum. In Jakarta ligt de wijk net ten zuiden van de oude stad, in het stadsdeel dat bekend staat als Glodok. Glodok , de oude Chinese Wijk van Jakarta, de moeite waard om doorheen te slenteren. Glodok bestaat sinds 1740. Als u naar het noorden loopt, bereikt u zo de kern van de oude stad, het vroegere Stadhuisplein dat tegenwoordig Fatahillahplein heet. Een rondwandeling door het centrum van Jakarta begint bij het Nationale Monument (Monas), een 137 meter hoge marmeren obelisk midden op Medan Merdeka, het Plein van de Vrijheid. Met een snelle lift kunt u naar het observatieplatform, vanwaar u op een heldere dag een fantastisch uitzicht heeft over de hele stad. Het monument werd door Soekarno gebouwd, het bestaat uit Italiaans marmer en de vlam werd bedekt met bladgoud. Verder lopend in oostelijke richting ziet u de indrukwekkende witmarmeren Istiqlalmoskee met haar indrukwekkende koepel en ranke minaretten, die een van de grootste moskeeën van Oost-Azië is. De in 1978 in gebruik genomen Istiqlal-moskee is de grootste van Zuidoost-Azië. Ze staat in het voormalige Wilhelminapark. Er is lang aan gebouwd. De schilderachtige oude haven Sunda Kelapa moet u bij voorkeur vroeg in de ochtend bezoeken. Hier worden de grote ‘brightly painted’ zeilschepen (Makassar schooners = Pinisi) gelost die met tropisch hardhout van Kalimantan en Sulawesi aanmeren. Elke dag arriveren er 70 tot 80 van deze Boeginese schoeners met een lading gezaagd hout van Kalimantan. De schepen worden gelost aan een twee kilometer lange kade die al sinds 1817 continu in gebruik is. Dit lossen gebeurd overigens met de hand, over een smalle houten loopplank worden de planken op de schouder van het schip af gedragen. Een stevige ochtendwandeling vroeg in de morgen door de drukke oude havenwijk naar de waterkant, om te zien hoe gigantische zeilen zich ontvouwen in de wind, is een onvergetelijke spectaculaire ervaring. Vanaf de kade kun je heel goed het verschil tussen arm en rijk in Jakarta zien, je kijkt over de krottenwijken en de smerige Ciliwung rivier uit op de prachtige hoogbouw in het (zaken)centrum.Een Rit naar Zuid-Jakarta: In Blok M doet de middenklasse van Jakarta haar inkopen. Deze wijk is een wirwar van stalletjes, honderden winkels en niet minder dan zeven moderne winkelcentra, waaronder de gigantische Blok M Plaza en Blok M Mail. De drukke wijken Glodok en Blok M, met hun talrijke neonreclame's en winkelcentra, gonzen van de activiteit. Wil je het nachtleven even verkennen, probeer dan eens te wandelen langs Jalan Abang Timur 14. Een goedkoper alternatief is wandelen naar Taman Ria bij Merdeka Square waar je het locale talent ziet dansen bij felle lichtjes.

Slaapgelegenheden toeristenklasse:

De meeste goedkope en centrale accommodatie (middenklasse hotels) zijn te vinden rond Jalan Jaksa (een smalle straat ten zuiden van het Nationale monument), ten zuiden van het Medan Merdeka. Andere straten waar een goedkoop onderkomen is te vinden, zijn Jl. Kebon Sirih Barat Dalam en Jl. Sultan Hasanuddin.

- Bali International, Jl. K.H. Wahid Hasyim

- Borneo Hostel, Jl. Kebon Sirih Barat Dalam 35

- Bloem Steen Hostel; double gemeenschappelijke badkamer IR 20.000

- Cipta Hotel, Jl. K.H. Wahid Hasyim 53

- Djody Hostel, Jl. Jaksa 35

- Jusenny, Jl. Senayan BI S3/29

- Tambora, Jl. Sultan Hasanuddin 70

- Wisma Delima, Jl. Jaksa 5

- Yannie International Guest House, Jl. Raden Saleh Raya 35

Ziekenhuizen: Er zijn verschillende goede in Jakarta. Eén van de beste is het Metropolitan Medical Centre, modern en uitstekend geoutilleerd. Aan het ziekenhuis is tevens een uitstekende tandheelkundige kliniek verbonden 01. H.R. Rasuna Said, , Kav C 21.

Reizen vanaf de luchthaven:

U kunt reizen met de luchthavenbussen van DAMRI, die tussen 3.00 en 22.00 uur een verbinding onderhouden met enkele strategische punten in de stad. De bussen zijn voorzien van airconditioning en rijden elk half uur. Het tarief is minder dan US$5. Bij de luchthaven vindt u de bushalte voor de aankomsthal van Terminal A.

Reizen vanuit Jakarta naar Yogyakarta: (9 uur)

De tweedeklas-treinen Senja Utama en Senja Yogya uit Jakarta zijn veel minder duur, maar langzamer en niet voorzien van airconditioning.

 

NOORD & CENTRAAL-JAVA

Niet interessant rond de zee bv. Kodus, Pati, Tuban, Cirebon, Pekalongan.

Wanneer u langs de kust vanuit Cirebon verder naar het oosten reist, zijn de vooruitzichten nogal saai. Het verkeersknooppunt Tegal heeft weinig te bieden. De noordkust mist aan landschappelijk schoon.

Van Pekalongan is het zo'n twee uur rijden (90 kilometer) naar Semarang, een grote stad. De stad is verder weinig opmerkelijke. Het meest interessante deel van Semarang is echter de Chinese wijk (Pacinan). Hier vindt u een doolhof van nauwe steegjes die verscholen in het stadscentrum liggen. U komt er door vanaf de oude kerk via Jalan Suari pal naar het zuiden te lopen, naarJalan Pekojan.

Vanaf Semarang gaat de weg vrij steil omhoog door de stijlvolle voormalige Nederlandse woonwijk Candi Baru naar de uitlopers van de herg Ungaran. U kunt hier vanuit het stadje Ambarawa een omweg maken naar het koele bergoord Bandungan om de Gedung Songo-tempels te bezoeken. Deze negen aan Shiva gewijde heilig dommen zijn in de 8e eeuw gebouwd en behoren tot de oudste en fraaist gelegen monumenten van Java. Van hier heeft u een fraai uitzicht over de imposante bergtoppen, blauwe luchten en weelderige groene valleien van Midden-Java.

De dagtocht naar de hoogvlakte ‘het Dieng-plateau’ (Pegunungan Dieng) (2500 m) (van di hyang, wat `plaats der geesten' betekent), op ongeveer 100 km (drie uur rijden) ten noordwesten van de Borobudur en 25 km noordoostelijk van Wonosobo, is een unieke reis naar een bergplateau dat in mist en mysteries is gehuld. Dieng moet ooit een gigantische vulkaan zijn geweest die met een enorme klap uit elkaar is gesprongen. De caldera die door dit natuurgeweld ontstond is in de loop van vele eeuwen geërodeerd en heeft een magnifiek landschap opgeleverd. In dit prachtig landschap vindt men de oudste hindoe tempels uit Java. Het Arjuna complex bestaat uit vijf tempels gegroepeerd rond een centraal plein. Naast tempels vind je op het plateau ook prachtige meren. Het Telaga Warna of gekleurd meer heeft een prachtige turkooise kleur die naargelang de hoeveelheid zonlicht verandert. Tenslotte heb je de krater van Kawah Sikidang waar hete stoom en borrelende modderpoelen je de frisse temperatuur doen vergeten. Hou wel een zakdoek bij de hand om je neus en mond voor de stinkende zwavellucht te bedekken. Het Dieng-plateau is het gemakkelijkst te bereiken vanuit Wonosobo, een mooie tocht. Het laatste stuk van de beklimming van Wonosobo naar het plateau gaat over een smalle kronkelweg. Op deze verlaten hoogvlakte, waar grijze mistsluiers de omliggende bergkammen aan het oog onttrekken, lijkt het bestaan van demonen, geesten en toornige reuzen maar al te aannemelijk.

 

De Borobudur, het grootste Boeddhistische monument ter wereld, ligt 40 km ten noordwesten van Yogyakarta. Hij is gebouwd tussen 778 en 856. Daarmee is de Borobudur 300 jaar ouder dan Angkor Wat.

Pas op de terrassen kunt u van het landschap om u heen ten volle genieten: in het oosten de ongenaakbare vulkanen Merapi met zijn eeuwige rookpluim, en de Merbabu, in het noordwesten de Sumbing en een glimp van de Sundoro, waarachter het Diengplateau zich uitstrekt. In het noorden onttrekt de Gunung Tidar Magelang aan het gezicht. Ervoor de glinsterende sawah's en de palmbomen, die er, als groenbruine lolly's uitsteken.

De grootste kans op dit uitzicht hebt u 's morgens vroeg, wanneer de nevels zijn opgetrokken. Het lijkt blasfemisch, maar klim desnoods eerst helemaal naar boven de vormloze sfeer binnen en geniet ...

De Borobudur is geopend vanaf 6.00 uur. De busreis met het openbaar vervoer duurt 1u30min. vanuit Yogyakarta. Ingang US$ 5 p.p. (IR 50.000). Heel goed te doen als halve daguitstap vanuit Yogyakarta.

Ten oosten van de Borobudur liggen in een rechte lijn twee kleinere candi. De dichtstbijzijnde van de twee is de kleine Pawon die is gelegen op 1750 meter van de hoofdingang van de Borobudur. Een kilometer verder naar het oosten, aan de andere zijde van de plaats waar twee heilige rivieren (de Progo en de Elo) samenvloeien, staat de prachtige Candi Mendut (3 km naar het oosten van de Borobudur). Het overweldigende interieur van de binnenste tempelkamer bevat drie van de allermooiste boeddhabeelden ter wereld.

Beide zijn ongeveer tegelijkertijd met de Borobudur gebouwd.

Yogyakarta: (3 miljoen inw.) De bevolkingsdichtheid op het platteland bedraagt in dit deel van Java meer dan 1000 per km². Eén van de grootste trekpleisters van Yogyakarta is de koninklijke Kraton in het paleis van de sultan, het meer dan twee eeuwen oude paleiscomplex dat in het hart van het oude stadgedeelte ligt, is op zichzelf een stad met eigen markt, school en winkels. De meest centrale gebouwen, bestaande uit pav iljoenen, binnenplaatsen en luxueuze hallen, vormen de woonplaats van de sultan. De bouw van de kraton van Yogyakarta, waarmee in 1755 werd begonnen, nam bijna 40 jaar in beslag. Jl. Pasar Kembang is een klein straatje bij het spoorwegstation met aan weerszijden goedkope hotels en winkels. Dit was ooit de rosse buurt van Yogyakarta en is nu het domein van de rugzaktoeristen. In Jl. Sosrowijayan, het volgende straatje in zuidelijke richting, vindt u ook veel goedkope hotels, evenals in de straatjes die deze beide straten verbinden. Wandelen kun je ook in de Malioboro, de beroemdste winkelstraat van Yogyakarta met zijn vele kraampjes en winkels. In Yogyakarta kun je een fiets huren voor IR 5.000 per dag, afdingen tot IR 4.000. Fietsen vanuit Yogyakarta naar de Prambanan via het volgen van het Madaram-kanaal. Een prachtige fietstocht tussen de rijstvelden en langs kleine huisjes. De tempels van Prambanan zijn heel rustig en zalig om met de tweewieler van de ene naar de andere tempel te fietsen.

Bandung –> Yogyakarta: Een onvergetelijke reis (per comfortabele trein) door een groot gedeelte van West-en Midden Java. Wij rijden door het prachtige bergland van de Preanger.

Slaapgelegenheid Yogyakarta:


Kaliurang (900 m) is een fris bergdorp 24 km noordelijk van Yogya. Het wordt veel gebruikt om bij te komen van de laaiende hitte van het laagland (accommodatie: losmen Vogel's). Er zijn aardige wandelingen te maken, maar als u overweegt om de top van de Gunung Merapi (2911 m) van dichtbij te bekijken, zijn er wel wat voorzorgsmaatregelen nodig. De Merapi is nog steeds zo actief (één van de meest actieve van de wereld), dat rondom in een cirkel van zes observatiestations zijn gebouwd. Nog regelmatig spuit de krater lava, modder en zand. De beklimmingen vinden meestal 's nachts plaats en de beloning is een overweldigend uitzicht dat hopelijk opweegt tegen de knikkende knieën. De vulkaan is ook vanuit Selo te beklimmen, een klein dorp tussen de Gunung Merbabu (3142 m) en de Gunung Merapi, dat u bereikt na een prachtige tocht via Magelang. Hiervandaan is de tocht gemakkelijker en veiliger. Vanuit Selo kunt u ook een beklimming van de Merbabu overwegen; deze is minder gevaarlijk. U kunt niet zonder gids, die u in Selo kunt vinden.

De Gunung Merapi is de wispelturigste van de Javaanse vulkanen. De laatste uitbarsting was in 1998 en 2001. In 1994 was er een grote uitbarsting geweest. Het uitzicht vanaf de rand van de Merapi over de omgeving en in de Danteankrater is misschien wel de opwindendste ervaring die Java te bieden heeft. De Bromo, in Oost-Java, krijgt meestal meer aandacht omdat die vulkaan gemakkelijker te bereiken is. De top van de Bromo kunt u wandelend bereiken, maar de Merapi vereist een echte klimtocht. Vertrek niet vroeger dan 3u want je zou kunnen aangevallen worden door panthers die 's nachts jagen op prooi. Normaliter is het minimum 4 personen en daar komt de Panther niet op af (te veel mensen en dat merkt hij aan vibratie van voetstappen). Wandelen 3 uur heen en 3 uur terug. Zaklamp is nodig. Via een gids vanuit Vogels Hostel is het IR 30.000 (ontbijt inbegrepen); Min. 4 personen.

Slaapgelegenheid in Kaliurang: Vogels Hostel; verschillende prijsklasses van IR 6.000 voor een dormbed tot 30.000 Rp (ontbijt inbegrepen) voor een bungalow.

Ten oosten van Yogyakarta, voorbij het vliegveld, loopt de weg van Yogya naar Solo door een vlakte die letterlijk bezaaid is met ruïnes van oudheden. Omdat de Javanen deze candi's beschouwen als koninklijke mausoleums, staat dit gebied bekend als de `Vallei van de Koningen' of de `Vallei van de Doden'. In het midden van deze vlakte, op 17 kilometer van Yogyakarta, ligt de plaats Prambanan. Prambanan werd omstreeks het jaar 856 voltooid. De schoonheid en gevarieerdheid van de tempels van Prambanan nodigen uit tot meer dan één bezoek. Vooral bij volle maan, wanneer voorstellingen van de Ranratuna in de open lucht worden gegcven, biedt de Prambanan een romantische aanblik. Deze openluchtvoorstellingen vinden plaats van mei tot oktober. De mooiste omgeving om de Javaanse dans te ervaren is op een avond met volle maan in Prambanan. Het beroemde Ramayana-verhaal wordt tussen 19.00 en 21.00 uur uitgevoerd. Het seizoen duurt van mei tot oktober, de droge tijd. Andere locaties waar u de Ramayana kunt zien, zijn: Trimurti-theater, Prambanan. Uitvoeringen elke dinsdag, woensdag en donderdag van 19.30 tot 21.30 uur. Ingang Prambanan: US$ 5. Bezoek Kranton: US$ 5.

Niet ver van Prambanan liggen de twee boeddhistische candi-complexen Sewu en P(l)aosan (ingang Pao San tempel is gratis!). Sewu (`duizend tempels'), ongeveer 1 km ten noorden van Prambanan, bestaat uit een groot centraal monument omringd door 240 kleinere heiligdommen. Het werd waarschijnlijk net iets eerder dan Prambanan, ofwel omstreeks 850, voltooid en is bijna net zo complex als de grote tempel. De overblijfselen van Candi Ratu Boko staan 1,6 km ten zuiden van het dorp Prambanan op een heuvel die over de hele vallei uitkijkt. Een steile trap leidt omhoog naar het plateau links van de weg. Ga hier bij voorkeur bij zonsopgang of -ondergang heen, wanneer de vallei en de tempels in een gouden licht baden.

De weg van en naar het bergdorp Sarangan dat aan een kratermeer ligt, loopt door de bergen en het uitzicht is fantastisch.

De stad Surakarta (Solo) krijgt in het algemeen veel minder aandacht van buitenlandse bezoekers dan het befaamde Yogyakarta, terwijl Solo slechts 60 kilometer verder naar het oosten ligt. Surakarta ligt niet meer dan een uur rijden van Yogya. Wandel na een bezoek aan de kraton door de nauwe straatjes buiten het complex en breng in ieder geval ook een bezoek aan het nabijgelegen Sasana Mulya. Dit is het muziek- en danspaviljoen van de Indonesische Academie van Uitvoerende Kunsten (ASKI), dat net ten westen van de hoofdpoort van het paleis staat. Studenten van de gamelanmuziek, de traditionele dans en de wajang kulit volgen hier dagelijks lessen en wonen repetities bij. Bezoekers zijn welkom om te luisteren en te kijken, mits ze zich onopvallend gedragen. Solo is alom erkend als het centrum van de traditionele Javaanse uitvoerende kunsten en daarom bij uitstek de stad om 's avonds een weivang kulit- of wavang orang-voorstelling bij te wonen of naar een gamelanorkest te gaan luisteren. Bezoek de Kraton-gamelanrepetities op maandag, - en woensdagmorgen van 10.30 tot 12.00 uur. Eén van de drukst bezochte 'hill resorts' van Midden-Java (niet op de fiets!) ligt op de helling van de Gunung Lawu (3265 m): het kleine en koele Tawangmangu. Het ligt op 1200 m boven de zeespiegel en is door de week een oase van rust. U kunt hier lange wandelingen maken in het zicht van de top langs velden met groenten en fruit, rijstterrassen, tempelruïnes en donkere bossen met schuwe apenkolonies. Je kunt ook de Grojogan Sewu waterval bezoeken. Langs het wandelpad naar de waterval zitten veel apen. Héél interessant is een fietstocht met Yaan, een gids die je in allerlei verschillende en fascinerende bedrijfjes brengt: een batik-fabriek, een plaats waar fish-crackers gemaakt worden (croupouc), rijstcrackers, ledercrackers, tofu, tempe (een geschimmeld soya-bonen-brijtje), arak (een soort rijstewijn met een hoog alcoholgehalte), een dakpannenbedrijfje, een gongsmid, een batminton-pluimpjes-bedrijf, een bakkerij, enz.
Fietstocht en bezoek fabriekjes zijn te boeken in het internetcafé: IR 35.000 p.p., fiets inbegrepen. Min. 2 personen. Toen we terugwandelden toonde Yaan ons de plek waar de prostituees werken. Voor 5.000 rupiah (20 bfr.) kun je je pleziertje hebben… Hotelkamers worden niet gebruikt, zoek gewoon een vrij plekje in het open veld!"

Vanuit Solo met de trein naar Probolingo (de trein vertrekt in Solo niet uit Balapan Station). Het is een 9 uur durende rit; Ir 15.500.

OOST-JAVA

Oost-Java, en dan met name het kronkelende stroomgebied van de Brantas tussen Malang en Surabaya, is zo rijk aan tempels dat u meerdere dagen nodig hebt om ze alleen maar vluchtig te bekijken. Het is de moeite om een paar dagen door het weergaloze landschap te rijden. Want dat is ook een van de aantrekkelijke kanten van de tempels: de grote vulkanen in de verte, de rijst- en suikerrietvelden, de voortsnellende beken en rivieren en de kleine desa's, waar de kleine kinderen de auto lang nakijken.

Hoewel op Oost-Java veel van de gebruikelijke toeristische attracties en faciliteiten ontbreken, is het een paradijs voor individueel ingestelde reizigers die plezier beleven aan obscure exquise oudheden of genieten van adembenemende panorama's vanaf de randen van afgelegen vulkaankraters.

Het meest oostelijke deel dat Blambangan genoemd wordt bevat vulkanen, afgelegen natuurreservaten en een ongeëvenaarde landschappelijke schoonheid.

De brede Brantasrivier stroomt vanaf het gebied met de bergen Arjuna, Kawi en Kelud door de eeuwenoude vruchtbare rijstgebieden van het midden van Oost-Java.

Het belangrijkste heiligdom uit de tijd van Hayam Waruk, het hoogtepunt van Majapahit, ligt bij Blitar: de Candi Panataran op 10 km ten noorden van de stad. Het is het grootste tempelcomplex van Oost-Java en wordt in de kunstgeschiedenissen in één adem genoemd met de Borobudur en de Prambanan.

Malang: (450 m, 25°c gemiddeld) Koelte en ruimte zijn de twee trefwoorden voor een van de aardigste steden van Oost-Java. De stad heeft ruime straten die uitbundig groen zijn en vele koloniale villa's.

Lawang ligt 18 km noordelijk van Malang aan de weg naar Surabaya. Het is een uitermate rustig stadje, met veel wandelmogelijkheden in het zicht van de Gunung Arjuna (3340 m).

Surabaya (‘Stad van Helden’) (4 miljoen inw.) is een hete, snelgroeiende stad en is de hoofdstad van de provincie Oost-Java, tegelijkertijd de tweede stad van Indonesië, een zinderend industriecomplex zonder poespas, met 3 miljoen hardwerkende inwoners, onder wie verrassend veel Madurezen. Surabaya is een werkstad; het is er dan ook druk, stoffig, lawaaierig, duur en toeristisch gezien heeft niemand er veel te zoeken. Het is geen aangename stad. De meest interessante delen van Surabaya zijn de oude Arabische en Chinese wijken aan de noordkant van de stad, niet ver van de haven. Jalan Tunjungan is de belangrijkste winkelstraat van Surabaya. Surabaya is een van de belangrijkste Pelni-havens; van hier vertrekken schepen naar bestemmingen over de hele archipel.

Vanuit Surabaya is het 1u 45min. rijden met de bus naar Probolingo.

In Oost-Java kunt u veel plezier beleven aan het zoeken naar oudheden. Een tocht door dit deel van het eiland voert bovendien naar enkele prachtige, afgelegen landelijke streken waar in de verste verten geen toeristenbus te zien is. Een van de beste vertrekpunten voor een tocht langs de tempels (of speurtochten van welke aard dan ook) is het aangename bergoord Tretes of Prigen, dat slechts 60 kilometer ten zuiden van Surabaya ligt. Het berglandschap is onovertroffen. U kunt naar één van de drie prachtige watervallen in de omgeving gaan. Meer actieve mensen zullen misschien de 3340 meter hoge Gunung Arjuna willen beklimmen die achter Tretes ligt, dwars door weelderige bergbossen met casuarina's. U kunt ook over het Lalijiwaplateau via een uitgesleten pad naar de nabijgelegen Gunung Welirang wandelen, waar dorpelingen zwavel verzamelen uit de stomende bronnen. Dit gebied is bezaaid met oude monumenten en een rondrit langs de tempel kan beginnen bij de langs de hoofdweg gelegen Candi Jawi, zo'n zeven kilometer onder Tretes. Tretes bereikt u per klimmende bus vanuit Pandaan. In het weekend is het erg druk.

 

Bromo-Tengger-Semeru (nationaal park) (600 km²) De heilige vulkaan Bromo maakt deel uit van het Tengger-gebergte, een van de meest desolate gebieden van de wereld. Andere zijn de Gunung Batok (2440 m) en de Gunung Penanjakan (2702 m). In het zuiden verrijst de actieve Semeru (of Mahameru, 3676 m). Samen maken ze deel uit van het nationale park Bromo-Tengger-Semeru. Maar ook dit landschap wordt bewoond. Langs de hellingen van het gebergte wonen de Tenggerezen, een van de weinige niet-islamitische bevolkingsgroepen van Java. Kleed u altijd goed aan. Een windjack is geen overbodige luxe. Het ongenaakbare Tengger-gebergte met de Gunung Bromo (2390 m) vormt een absoluut hoogtepunt. De vulkaan die nog steeds actief is, is vrij eenvoudig te bereiken na een wandeling over een uitgestrekte zandzee. Ook de heilige Gunung Semeru (de hoogste vulkaan van Java en 5e hoogste van Indonesië) is te beklimmen. Het is een zware tocht, die meerdere dagen in beslag neemt Vervoer en verblijf: Twee opstapplaatsen zijn Tosari, te bereizen vanuit Surabaya via Pasuruan en Ngadisari (of Cemara Lawang), via Ketapang (westelijk van Probolingo). In Ngadisari kunt u overnachten in Bromo Home stay (10.000 Rp; ontbijt inbegrepen).

Het Tenggergebergte: De steile hellingen van de actieve vulkanen Gunung Semeru en Gunung Bromo worden al eeuwenlang bewoond door het volk van de Tenggerezen. Deze streek is zeer belangrijk voor de groententeelt en de spectaculaire tuinen en hooggelegen naaldbossen bieden een fraaie aanblik. De Gunung Bromo is een compacte vulkaankegel binnen een veel grotere caldera. De vergezichten vanaf de rand van deze caldera en de smalle rand van de Gunung Bromo zelf vormen een onvergetelijke ervaring, vooral wanneer er dampen komen uit de krater van de Bromo. Van oudsher beginnen de meeste bezoekers al in het donker aan de klim naar de krater van de Bromo, om bij zonsopgang op de rand van de krater te staan. Het roze licht van de opgaande zon verlicht de caldera, die in nevels gehuld is op dit vroege uur. Op heldere ochtenden is de perfect symmetrische kegel van de Gunung Semeru, de hoogste vulkaan van Java, zichtbaar in het zuiden. Reizen naar Bromo: U komt er het gemakkelijkst over de 20 km lange route vanaf de snelweg langs de noordkust bij Tongas, net ten westen van Probolinggo, via Sukapura naar Ngadisari. Veel minibussen rijden langs deze route; u kunt instappen bij de afslag bij Tongas. Vanaf Ngadisari loopt een 3 km lange kasseienweg naar Cemara Lawang, op de rand van de caldera. U dient een speciale vergunning bij de politie in Ngadisari aan te vragen om gebruik van deze weg te maken als u zelf rijdt. In het andere geval: het openbaar vervoer gaat tegenwoordig ook verder dan de parkeerplaats van Ngadisari, zodat u het laatste, steile stuk niet per se hoeft te lopen. Probeer vóór zonsondergang boven te zijn. Vanaf Surabaya kost het ongeveer vijf uur om de rand van de caldera te bereiken, vanaf Tretes iets minder.

Indien mogelijk, kunt u vanaf de Bromo een mooie tocht over de zandzee in zuidelijke richting maken naar het dorp Rano Pani (ongeveer 20 km) en dan naar Rano Kumbolo (nog eens 12 km) voor de beklimming van de Gunung Semeru, de hoogste berg van Java (3700 m). Bereid u hierop echter goed voor, zowel wat lichamelijke conditie als wat kampeeruitrusting betreft. In dit hoge gebergte liggen drie prachtige meren te midden van groene weiden en pijnboombossen. Vanaf Rano Pani gaat u westwaarts omlaag via Ngadas en Gubug Klakah. Vanhier leidt een weg omlaag via Tumpang naar Malang.

Wandeling 1: vanuit Cemoro Lawang de berg Bromo op door de zandzee tot aan de kraterwand (45 min.). Het is een heel mooie namiddagwandeling met prachtig zicht in de krater. Als je niet in een zandstorm wilt terechtkomen en helemaal ‘zwart’ zijn, wandel dan ’s namiddags.

Wandeling 2: vanuit Cemoro Lawang naar het uitzichtpunt (1u45min.). De weg is redelijk goed te vinden, uitgezonderd op twee plaatsen waar het wat zoek- en gokwerk is. Boven beland je, na al de rust en eenzaamheid onderweg in een massa van toeristen. Heel mooie zonsopgang en spectaculair zicht. Het uitzichtspunt moet zeer vroeg in de ochtend bezocht worden (beginnen te klimmen vanaf 03u.). Het is anderhalf tot 2 uur wandelen en de zonsopgang is om kwart over 5. Op de rand van de krater (is smal, let op dat je niet in de krater valt) wachten we tot het licht wordt. Het is héél koud daarboven, voorzie je dus goed van kledij.

Wandeling 3: vanuit het uitzichtspunt – via de zandzee – naar Cemoro Lawang. Wandeling duurt 3 uur met mooie zichten onderweg. Wel eerst (tot beneden aan de zandzee) ongeveer 7 km asfaltweg volgen, maar na de stroom van jeeps vanuit het uitzichtspunt is die weg behoorlijk rustig.

Om zonsopgang te aanschouwen vanuit de Guning Penanjakan (nu eens geen vulkaan, maar gewoon een berg van 2770 meter) is werkelijk prachig! Het heeft wel iets weg van een surreal maanlandschap, met de opkomende zon en de binnendrijvende flarden mist.

Meru Betiri (Nationaal Park) (50 000 ha)

Mocht u slechts tijd hebben om één reservaat te bezoeken, dan is dit lang niet de slechtste keus. De 50 000 ha rond de Gunung Betiri (1223 m) behoren tot het boeiendste dat Java te bieden heeft. In het park liggen nog enkele dorpen en wat flinke plantages. De twee bergen vangen de regen op, wat een uitbundige flora tot gevolg heeft: een paar resten tropisch regenwoud, veel secundair woud, moerassen, dikke Tarzanlianen, prachtige bloemen en twee soorten rafflesia's. Erboven vliegen twee soorten neushoornvogels. In de bossen leven luipaarden, civetkatten en apen. Er zijn schildpaddenstranden bij Sukamade. Er nestelen vijf soorten en het is een magnifiek gezicht om de gigantische beesten uit het water te zien krabbelen om hun tientallen eieren te leggen. Het park is te bereiken door in Banyuwangi een minibus te nemen naar Genteng; vandaar via Pesanggaran naar Sukamade. In Pesanggaran (of al in Banyuwangi) kunt u een pas afhalen bij het PHPA-kantoor. Er is accommodatie in Rajegwesi, 10 km oostelijk van Sukamade, de heuvel af.

Het meest oostelijke deel van Java is gevormd door drie zeer actieve groepen vulkanen. Van elk van deze gebieden is een deel tot natuurreservaat of nationaal park uitgeroepen. Het meest bezocht is de Bromo, maar de andere twee, het Yangplateau en de krater van de ljen, zijn ook toegankelijk. Het aan de zuidkust rond Sukamade gelegen reservaat Meru Betiri is aantrekkelijk. Hier leggen zeeschildpadden hun eieren op de stranden en in het dichte oerwoud van dit regenrijke gebied komen mogelijk de laatste Javaanse tijgers (Panthora tipris sondaica) nog voor.

Vanuit Probolingo naar Kawah Ijen (het Ijen-plateau). Eerst met de bus tot Bondowoso. Vervolgens met een mini-busje (4000 Rupiah) naar Sempol. Dan nog 13 km naar Kawah Ijen via een politiewagen. Daar is dan een observatiepost. Ticket kost 1000 Rupiah. Overnachting en eten is hier véél te duur! Beste is te overnachten in Sempol. In Kawah Ijen kun je er een vulkaan en het sulfermeer (kratermeer) bezoeken.

Hier lopen werknemers met 80 kg sulfer op hun schouders (om lucifers te maken). Hoe dichter je bij de sulferwinning komt, hoe meer het stinkt naar rotte eieren.

De wandeling tot boven aan de kraterwand duurt ongeveer 1 ½ tot 2 uur. De afdaling in de krater tot aan de sulfer-winning duurt ongeveer 20 – 30 minuten, de terugweg naar boven ongeveer 45 minuten. Zorg dat je iets hebt om voor mond en neus te houden als je wilt afdalen in de krater.

 

BALI ‘Eiland der Goden'

Bali is 5500 km² groot, 140 kilometer lang, 80 kilometer breed en er wonen 2,5 miljoen mensen.

De godsdienst is Hindoeïstisch.

De trancedansen en rituelen van de tempelfeesten (kleurrijke processies en tempelceremonies) van het zuiden zijn legendarisch. De data van de vele dansvoorstellingen staan in de overal verkrijgbare gratis Bali Tourist Guide.

Bali Barat National Park (20,000ha) De park hoofdkantoren zijn in Cekik, bij de poort van Gilimanuk. Het westen van Bali is veel ruiger en ontoegankelijker en (mede daarom) voor een belangrijk deel ingericht als nationaal park.

Denpasar: 's Ochtends zou u KOLKAR aan Jalan Ratna moeten bezoeken. Dit is het voornaamste conservatorium voor dans, muziek en poppenspel van Bali. Bezoekers zijn welkom om toe te kijken bij de dansen en muzieklessen die aan de gang zijn.

De paleisceremonies van Denpasar behoren tot de luisterrijkste van het eiland.

 

Amlapura (Karangasem): De noordoosthoek is de droogste streek van het eiland; bovendien zijn grote delen van de kust veranderd in kale lavavelden door de uitbarsting van de Gunung Agung in 1963. De tocht langs de oosthelling van deze vulkaan via Tirtagangga, Abang en Culik naar de noordkust behoort tot de mooiere van het eiland. De Gunung Agung (3142 m) is ongenaakbaar. Het is aan te raden om een paar dagen te bivakkeren in Tirtagangga, een paar kilometer noordelijk van Amlapura. Vanaf Tirtagangga kunt u lange wandelingen maken langs weelderige rijstterrassen, murmelende beken en steile ravijnen.

De bergweg ten noorden van Klungkung klimt omhoog door een aantal dorpen en enkele van de meest indrukwekkende rijstterrassen van Bali naar de heiligste plek van het eiland, de tempel Pura Besakih. Met de vulkaan Gunung Agung als decor vormen de brede granieten terrassen en de slanke, puntige zwarte nieru's van dit uit niet minder dan 60 tempels bestaande complex een passende woonplaats voor de goden. Deze plek wordt als sinds mensenheugenis als heilig beschouwd. De Pura Besakih is de moedertempel voor het hele eiland.

Voorbij Sibetan is de weg vlakker en slingert zich met flauwe bochten door een mooi landschap van rijstterrassen en rivierdalen.

De Duitse schilder Walter Spies verkoos het idyllische bergdorp Iseh om er zijn huis te bouwen. De woning biedt een onbelemmerd uitzicht op de machtige Gunung Agung. Volgens velen het mooiste panorama van Bali.

Bratan-Meer: (1400 m) is niets anders dan de volgelopen krater van de Gunung Bratan. De temperatuur kan 's nachts dalen tot 11 °C. Op de hellingen van de Bratan worden dichte resten oerwoud afgewisseld door keurige rijtjes wortelen, kool en bananen. De grote kleurige bloemen- en fruitmarkt bevindt zich aan de oostkant van het meer, in het stadje Candi Kuning.

De prachtige tempel Pura Ulun Danu (ligt aan en gedeeltelijk in het Bratan-Meer) is een groot tempelcomplex van waar je een prachtig zicht hebt op Gunung Batur en het Bratan-meer. Het is één van de mooist gelegen tempels van Bali en het beeld van mistflarden die de meru's langzaam aan het gezicht onttrekken, is onvergetelijk.

Voorbij Tampaksiring loopt de weg steil omhoog en komt uit bij een van de meest dramatische vergezichten en spectaculaire landschappen van Bali: het weidse Danau Batur met op de achtergrond de rokende zwarte kegel van de 1700 meter hoge vulkaan Gunung Batur (die ± 35km ten noorden van Ubud ligt). Hier ligt het dorp Penelokan (de uitkijkpost) op de rand van een immense, 20 kilometer brede caldera.

Wanneer u verder naar het noorden langs de rand van de caldera rijdt, komt u in Kintamani, het dorp dat het dichtst bij de dreigende kegel van de Batur ligt. Penelokan (1450 m) heeft een aangename temperatuur en verder een magnifiek uitzicht op de rokende Gunung Batur, de gestolde lavastromen en het Baturmeer. Wil de top van de Gunung Batur (1717 m) wil beklimmen, kan zijn wandeling het best beginnen in Toyabungka of vanaf de hete bronnen (Air Panas). Er zijn verschillende routes, waarvan de meeste op hetzelfde punt uitkomen. Heen en terug: 3 à 4 uur.

Vanuit Bedulu kronkelt de weg omhoog naar de krater van de Gunung Batur. Ongeveer halverwege de weg naar de top, bij de bron van de rivier de Pakrisan, bevinden zich één van de meest heilige plaatsen van Bali. De Gunung Kawi, is een spectaculaire eeuwenoude koninklijke graftombe, die u bereikt door een steile trap af te dalen en onder een stenen boog naar een ravijn te lopen. Er zijn prachtige sawa’s.

In Penulisan (niet ver van de vulkaan G. Batur) bevindt zich de hoogst gelegen tempel van Bali, namelijk (Pura) Tegeh Koripan Temple. Veel stelt die niet voor maar je hebt er een prachtig panorama.

In Sangeh (te bereiken vanuit Mengwi via een mooie route) ligt een fraaie tempel, de Pura Bukit Sari en een stuk bos dat het domein is van talloze brutale apen. De apen zijn uitermate vervelend.

Ubud: Eigenlijk is het omliggende platteland het mooiste kunstwerk van Ubud en de enige manier om het natuurschoon goed te zien, is een wandeling door de omgeving. Als u de Monkey Forest Road volgt, komt u vanzelf bij het apenbos, een stukje weelderige natuur, een verweerde tempel en een aantal vrijpostige apen. Pas op voor brillen en fototoestellen! Houd dus afstand!

Overnachting: Frog Pond Inn (25.000 Rp; ontbijt inbegrepen).

 

Vanuit Ubud naar Penestenan (10 km) via een werkelijk schitterende dalende route loop je door authentieke dorpjes en tussen prachtig groene Sawa's terug naar Ubud.

Niet ver van Lovina zijn de mooie Gitgit watervallen.

De prachtige rijstvelden (Sawa’s) van Munduk naar Banjar.

Reizen naar Bali: Met de trein: Vanaf Jakarta, Bandung of Yogyakarta reist u eerst naar het spoorwegstation Gubeng in Surabaya; daar stapt u over op de Mutiara Timur, een trein zonder airconditioning die in zeven uur naar Banyuwangi op de oostpunt van Java rijdt. Vanhier gaat u in nog eens vier uur met de veerboot en de bus over de zeestraat en verder naar Denpasar. Met de bus: Dankzij de verbeterde wegen is de bus nu snelIer dan de trein. Er rijden bussen met airconditioning naar Denpasar vanaf Surabaya in twaalf uur, en vanaf Yogyakarta in zestien uur.

Van Bali (Padang) naar Lombok (Lembar) is het 4 ½ uur varen. De boot van Banyuwangi (Java) naar Gilimanuk (Bali) is 30 min. varen.

ANDERE

Vegetariërs: Eten zonder vlees (of vis) wordt nog steeds beschouwd als een teken van armoede. Vervangers hier zijn Tahu en Tempeh die vol hoogwaardige proteïnen zitten. Ze worden soms gebruikt in gado gado, een groentegerecht met pindasaus.

Tijdzones: Met zijn grote uitgestrektheid van oost naar west beslaat Indonesië drie tijdzones: de tijd loopt er 7 tot 9 uur voor op Greenwich Mean Time. Dit houdt in dat het er 6 tot 8 uur later is dan in België.

Wanneer het in Brussel 13.00 uur is, is het in:

Java, Sumatra, Madura (+6) : 19.00 uur;

Bali, Kalimantan, Lombok, Nusa Tenggara en Sulawesi (+7): 20.00 uur;

Irian Jaya en Maluku (+8): 21.00 uur.

Wanneer het bij ons zomertijd is, wordt het tijdsverschil met Indonesië een uur minder.

Singapore: +7

Afdingen bij fietstaxi’s (becak): Om af te dingen moet u blijven lachen, terwijl u grapjes maakt over hoe hoog uw eerste bod is. Loop weg na uw laatste bod; als dit een goede prijs is, zal de becak-bestuurderuterugroepen.